De kleine wereld van

Jeroen Sprenger

 
 

Cor Hogenhout

Brest-dagboek, juli 1941

Dinsdag 1 juli 1941 – Aangezien onze tijd opschiet om met verlof te gaan, dringen wij voortdurend bij het bureau erop aan, dat zij het verlof voor ons aanvragen bij de , dat is de hoogste instantie voor alle bouwwerken (baustellen). Veel werk wordt ons opgedragen, het lijkt wel een burgerwinkel.

Woensdag 2 juli 1941 – Werk als voren, nog steeds prachtig zomerweer. ’s Morgens tamelijk fris, ’s middags snikheet, werk in overall met blote body.

Donderdag 3 juli 1941 – Volgens datum ben ik drie maanden van huis, waar ik tot nu toe geen hinder van gehad heb. Het verlangen naar huis begint zich bij mij nu op te dringen.

Vrijdag 4 juli 1941 – Van Biemen oppert het plan zaterdag vrij te nemen, waarop ik met het idee kom met de boot naar de overzijde van de baai te varen, naar La Longuet en La Fret. Met grote moeite krijgen wij vrij omdat de Richtmeister graag een timmerman op het werk heeft. Geld ontvangen, geen gereedschapsgeld. Aangedrongen om al het geld te ontvangen voor de reis naar huis. De kassier kan niet begrijpen dat er thuis geen geld is.

Zaterdag 5 juli 1941 - De boot neemt geen burgers mee, alleen burgers met een ausweis mogen mee en militairen. Gedurende de nacht zijn de Engelsen boven Brest geweest en hebben verschillende huizen getroffen. Onder andere het gedenkteken voor de gevallen Amerikanen in de Wereldoorlog. Er zijn veel slachtoffers gevallen.

We hebben nog inkopen gedaan en zijn daarna naar het Lager gelopen. Na een frisse douche (warm water is er nog niet) en een uurtje slapen ben ik weer gereed voor het avondeten (soep van gort en wat uitgekookt vlees).

In de kerk geweest bij de overdekte markt, waar juist een requiem mis opgedragen werd. Op de straat gaat een misdienaar vooruit met het kruis en een met het wijwatervat. Twee geestelijken in koorhemd volgen daarna, de boekpsalmen zingende. Lijkwagen waarachter familie, terwijl twee mannen linten vasthouden die achter aan de lijkkist bevestigd zijn. Verder een groot aantal mensen, mannen en vrouwen, welke zich nu niet allen als treurenden gedroegen

Zondag 6 juli 1941 – Werkdag, als voren.

Maandag 7 juli 1941 – Werk als voren. Krijgen nog opdrachten voor meerdere stoelen en tafels. De ingenieur gesproken over verlof. Wanneer er een trein gaat, kan ik weggaan. Kan zich niet indenken dat er nog geen geld thuis is.

Dinsdag 8 juli 1941 – Van een der kantoormensen vernomen dat er voorlopig geen verloftrein gaat.

Woensdag 9 juli 1941 – Op bureau geïnformeerd naar verlof. Daar vernomen dat er gewacht moet worden of er ruimte over is in de verloftrein die voor de firma Bergcamp weggaat. Het ging nogal hard, maar het is toch maar afwachten. De gehele voormiddag besteed om over de toestand goed na te denken. Voor Joseph een riem gekocht.

Donderdag 10 juli 1941 – Kast afgeleverd aan bureau. Weer een boom opgezet over het verlof. Aan de ingenieur de heer Sjapke verteld waarom ik zondag thuis wil zijn. Hij belooft medewerking. ’s Avonds verneem ik dat er een trein naar Holland vertrokken is met 300 landgenoten.

Vrijdag 11 juli 1941 – Weer de ingenieur aangesproken over verlof. Hij beweert niets te kunnen doen buiten OT. Belooft me weer te zullen trachten dat ik met de exprestrein naar Parijs mee kan gaan. Deze trein vertrekt om half acht uit Brest. Dan zou ik zaterdagavond nog laat thuis kunnen zijn. De dag verloopt echter zonder dat er een bericht van de ingenieur komt. Hiermee is mijn laatste kans voorbij om nog zondag thuis te kunnen zijn. Joseph treft het ook altijd slecht.

Zaterdag 12 juli 1941 – Geld ontvangen. Na het einde van het werk – om half vijf – op stap naar het kamp. Onderweg door een Duitse wagen opgepikt die ons zonder moeite thuisbrengt. Gedurende de rit kan ik nog enige Vlamingen meenemen die voor Hollanders doorgaan, omdat de chauffeur een zwak schijnt te hebben voor ons landje. Französen mogen niet meerijden.

Zondag 13 juli 1941 – Ik heb vandaag vrijgenomen om zoveel mogelijk in de geest thuis te kunnen zijn.[1] De mis bijgewoond van half acht tot acht uur. In Guilers is grand file de communion, ook toevallig. ’s Middags, après midi, procession onder de Vespers. Mijn ontbijt gebruikt bij bevriende familie die een café houden. Brood met omelet, gebakken cochon, lijkt veel op bloedworst. Tevens twee paar sokken kunnen kopen voor 90 franc. Ik heb hun zo het een en ander van ons godsdienstig leven verteld. Ze schenen erg verbaasd dat ik voor en na het eten bad. De dochter die me bediende liep tenminste iedere keer naar binnen om te zeggen dat ik bad. Ondanks dat in Bretagne beaucoup catholique zijn, bidden ze niet veel. Echt Frans. ’s Avonds verneem ik dat zaterdagavond een Franse arbeider een Duitser met een mes heeft gestoken, zodanig dat de man in het hospitaal is opgenomen. De andere Duitsers hebben toen de Fransman zodanig bewerkt dat hij aan de gevolgen is overleden. Alles speelde zich af in een havenkroegje.

Acht sperballons door bliksem in brand geraakt.

Maandag 14 juli 1941 – Werk als voren. Geen bijzonderheden.

Dinsdag 15 juli 1941 – Tweede kast aan bureau afgeleverd. Op bureau Lordes gesproken, de Hollandse vertrouwensman. Deze deelde me mee dat ik hoogstwaarschijnlijk vrijdag naar huis zou kunnen. Twee jongens op de kamer hebben ontslag gekregen omdat het werk schijnt te stagneren. Concurrentiestrijd tussen Bergcamp en Union.

Woensdag 16 juli 1941 – Op de kamer een gedrukte stemming. De vakantiegeest heeft ons te pakken. Een der ontslagenen wil al niet meer werken, hoewel wij allen menen dat hij dom doet, omdat het ontslag niet officieel is.

Donderdag 17 juli 1941 – Sjapke komt me meedelen dat ik morgen met verlof kan gaan. De anderen kunnen niet mee, die moeten wachten tot de volgende week. ’s Avonds op de kamer verneem ik dat van ontslag der anderen geen sprake is.

Vrijdag 18 juli 1941 – Te 6 uur gepakt en gezakt naar pandhof. Ben 9 uur aan het Château in Brest. Moet nog een loshangende zool vast laten zetten en als laatste vaarwel aan Brest laat ik me nog even scheren. Om 11 uur ben ik aan het station en te 12.40u vertrekt de trein uit Brest. Na een vervelende reis welke 30 uur duurde komt de trein precies te 7 uur ‘s zaterdagavond aan. Doordat ik in Roosendaal gelegen had een telegram naar huis te sturen, staat er een behoorlijke erewacht om Vader te ontvangen. Onderweg en thuis moest ik natuurlijk alles vertellen wat ik meegemaakt heb. Ondanks de vermoeiende dagen welke achter mij liggen kon ik niet eerder als om half twee ’s nachts naar bed.